Wat is een lichtschip?
Lichtschepen zijn eigenlijk drijvende vuurtorens die gebruikt werden als kustverlichting om de veiligheid op zee te bevorderen. Deze schepen werden voor anker gelegd in de buurt van zandbanken, ondiepten of rotsen. Op deze plekken was behoefte aan een vuurtoren, maar omdat het niet mogelijk was om er één te bouwen, werden er lichtschepen gebruikt. Zij lagen op plaatsen waar andere schepen het liefst zover mogelijk van verwijderd bleven.
Werking lichtschepen
Licht
De eerste lichtschepen hadden in het midden van het schip een zware mast waarrond een lantaarn werd gehesen.
De lichtbron bestond uit olielampen met parabolische reflectoren. Door de reflectoren in een andere stand te zetten kon de aard van het licht op een eenvoudige wijze veranderd worden.
In het begin werkte men met een vast licht. Later werden de olielampen vervangen door gaslicht.
Tenslotte ging men gebruik maken van de elektrische gloeilamp.
Ieder lichtschip was herkenbaar door zijn eigen karakter (= specifiek lichtsein): na één of meerdere schitteringen volgde altijd een periode van duisternis.Door de hoge plaatsing van het licht boven het wateroppervlak, kon men het licht op grotere afstand waarnemen.
Herkenningspunten
Ook overdag was de herkenning van een lichtschip van belang. Daarom bevond zich boven in de mast ook een vast dagmerk.
Daarnaast waren er nog andere mogelijkheden om het schip te identificeren zoals de kleur, die meestal rood was, en de naam van de positie die in grote letters op de romp gezet werd.
Op het dek stonden naast de lichttoren ook één of meer masten met visuele signalen en de antennes voor het radiobaken. Hierdoor kregen de schepen een van ver herkenbaar profiel.De naam van het lichtschip werd meestal ontleend aan de ondiepte waarvoor het waarschuwde.
Geluid
Naast een specifiek lichtsein had een lichtschip ook een eigen geluid. Het geluidssignaal van het mistsein werd gemaakt met de brulboei die meestal op het achterschip stond. De lichtschepen beschikten ook over een onderwaterseininrichting en een radiobaken die een identificatiesignaal uitzonden.
Energievoorziening
In het schip zijn generatoren onder gebracht die de stroom opwekken voor het elektrische waarschuwingslicht en compressoren voor de bediening van de misthoorns.
Anker
De positie van een lichtschip werd aangegeven op de zeekaarten. Daarom was het van groot belang dat het schip op zijn plaats bleef liggen. De stevige verankering gebeurde met een speciaal ontworpen paraplu- of paddestoelanker dat tot 3.000 kg zwaar kon wegen. Dit ankertype schept zich vol bodemzand en krijgt daardoor extra gewicht.
Bemanningsleden
De schepen die op zee werden uitgelegd kregen bemanning aan boord. De bezetting bestond gemiddeld uit 7 tot 13 personen, afhankelijk van de grootte van het lichtschip.De hoofdtaak van de bemanning was het onderhoud van het schip en de lichtinstallatie en de uitkijk naar eventuele scheeps- en vliegtuigongevallen.Tot de neventaken behoorden: het geven van waarschuwingsseinen bij stormwind, het verrichten van meteorologische- en stroomwaarnemingen, metingen van golfhoogte en controle van zeewater op olieverontreiniging.
De bemanning van een lichtschip verbleef voor een periode van twee weken aan boord, daarna werden ze afgelost. Het leven op een lichtschip was vrij eentonig, om beurten had de bemanning de wacht en verrichtte onderhoud- en huishoudelijke karweitjes.
Geregeld werden oefeningen gehouden met passerende schepen. Er werden ook weerrapporten opgemaakt en via de kustwacht per radio doorgegeven. Naast de normale werkzaamheden moesten ze soms ook wetenschappelijke proeven doen. Zo hebben hun vogelwaarnemingen interessante gegevens opgeleverd over de gewoonten van trekvogels.
Aan boord van het schip, was er ook veel tijd voor ontspanning. Populaire bezigheden waren houtsnijwerk maken, touw knopen, manden vlechten, timmeren en scheepsmodellen in flesjes maken. Daarnaast werd er ook veel gevist.Het eten op het schip was eenvoudig. Eens per week kwam het bevoorradingsschip met voedsel, olie, water, post, tijdschriften en kranten. Als het weer het niet toeliet dat de bevoorrading kon plaatsvinden, dan was men aangewezen op het noodrantsoen van scheepsbeschuit. Het verblijf aan boord van een lichtschip was vroeger niet zo luxueus. De bemanning verbleef in een gemeenschappelijke ruimte, waarin gewoond, gekookt, gegeten en geslapen werd. De laatste lichtschepen, die gebouwd zijn in de vijftiger jaren, waren vergeleken bij de eerste comfortabel en voorzien van de modernste snufjes. Het leven op een lichtschip was ook niet altijd zonder gevaar. De meeste ongelukken gebeurden bij dichte mist, waarbij de kans op een aanvaring het grootst was.

image-49686-kabloesl light.jpg?1450464008236
Het licht
image-49556-kabloes dagmerk.jpg?1450463778489
Herkennispunten
image-49557-kabloes geluid.jpg?1450463615673
Geluid
image-49558-kabloes generatoren.jpg?1450464172277
Energievoorziening
image-49691-kabloes paraplu- of paddestoelanker.jpg?1450464275764
paraplu of paddestoelanker
image-49696-kabloes bevoorradingsschip.jpg?1450464431884
Bevoorradingsschip
image-49702-kabloes verveling aan boord vlechten van matten.jpg?1450464671246
Verveling aan boord vlechten van matten